Wat is homeopathie?

IN EEN NOTENDOP

Homeopathie is een geneeswijze waarbij gebruik gemaakt wordt van energetische middelen om het immuunsysteem terug op zijn normale peil te brengen. Deze middelen zijn afgeleid van toxische (giftige) stoffen die eerst verdund worden tot alle giftigheid ervan verdwenen is, en vervolgens versterkt (gepotentieerd) om een krachtiger effect te verkrijgen. Deze middelen worden gekozen op basis van de klachten en/of de persoonlijkheid van de patiënt, niet op basis van de diagnose van zijn/ haar ziekte. Ze herstellen het evenwicht van de patiënt en leiden tot duurzaam herstel van de gezondheid.

Homeopathie is NIET hetzelfde als kruidengeneeskunde, waarbij gebruik gemaakt wordt van plantenextracten.

DE NAAM

De naam “homeopathie” komt van twee Griekse woorden: “homoios” en “pathein”, letterlijk vertaald als “genezen met het gelijkende”. Dit wijst op het grondprincipe van de homeopathie, namelijk dat een ziekte genezen wordt door een prikkel die lijkt op de ziekte zelf. Dit in tegenstelling tot de “allopathie”, de geneeskunde die bij ons algemeen gangbaar is, en waarbij een ziekte aangepakt wordt door een product toe te dienen dat een tegenovergesteld effect beoogt. Nog anders is de “isopathie”, waarbij de ziekteverwekker zelf, al dan niet in afgezwakte vorm, als geneesmiddel wordt toegediend.

GESCHIEDENIS

De homeopathie is in haar praktische vorm uitgewerkt door de Duitse arts Samuel Hahnemann. Hij ontdekte tijdens het vertalen van een boek dat kinabast, waaruit het koortswerend middel quinine gemaakt werd, bij de verwerkers ervan juist aanvallen uitlokte van koorts, die precies leken op aanvallen van malaria (waartegen quinine gebruikt werd). De geniale gedachte van Hahnemann was devolgende: wanneer een product bij een gezonde mens ziektesymtomen kan uitlokken die gelijk zijn aan de symptomen van de ziekte waartegen het gebruikt wordt, waarom zou het dan bij een zieke mens niet net het omgekeerde kunnen doen, namelijk de ziekte weg nemen. Hij begon te experimenteren en stelde vast dat zijn stelling klopte.

DE PRINCIPES

Homeopathie steunt op enkele welomschreven basisbeginselen.

De wet van de gelijksoortigheid: “similia similibus curentur”, of, in het nederlands: “het gelijksoortige wordt door het gelijksoortige genezen”.

Deze wet gaat in tegen de zienswijze die in Hahnemann’s tijd, en tot op de dag van vandaag, de geneeskunde overheerst, namelijk de allopathie die stelt dat een ziekte door haar tegenpool moet genezen worden. Vandaar de vele anti-’s in de gebruikte medicatie: anti-biotica, anti-flogistica, anti-pyretica, anti-mycotica, anti-psychotica... Heb je koorts, dan zoek je een product dat die reactie van je lichaam neutraliseert en tenietdoet. Het symptoom verdwijnt dan.

Hier tegenover stelt de homeopathie dat een ziekte dient genezen te worden door een invloed die reacties veroorzaakt welke gelijken op die van de ziektesymptomen. (Dus niet de ziekteverwekker zelf, want dan spreekt men over isopathie in plaats van over homeopathie).

Waar de homeopathie naar zoekt is dus een middel dat de symptomen van een ziekte zo nauwkeurig mogelijk nabootst. Precieser gesteld: de symptomen die een bepaald homeopatisch geneesmiddel in onverdunde (of matig verdunde) toestand oproept bij een gezonde persoon, moeten dezelfde zijn als die welke een zieke vertoont tijdens zijn ziektetoestand. De symptomen van de ziekte en die van het homeopatisch middel die deze ziekte kan genezen zijn met andere woorden zoniet identiek, dan toch zeer gelijkend.

Klinkt wat ingewikkeld, maar een voorbeeldje kan wellicht veel duidelijk maken.

Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je door een bij wordt gestoken? Je ervaart een intense, stekende pijn; op de plaats van de steek doet zich een lichtrode zwelling voor. Als je deze zwelling afkoelt met ijs geeft dat een goed gevoel. Dat zijn de ziektesymptomen. Het homeopatische middel gemaakt van bijengif, “apis”, zal dus niet alleen geschikt zijn voor de behandeling van bijensteken, maar voor alle ziektetoestanden die deze karakteristieken gemeen hebben: een lichtrode zwelling, gepaard met stekende pijn, en beterend met lokale koude. Bepaalde reumatische gewrichtsontstekingen beantwoorden aan dit profiel. Of ook allergische reacties, met uitgesproken zwelling van de oogleden of de lippen. Elke ziekte die gepaard gaat met de opgenoemde karakteristieken zal reageren op het homeopatisch middel “apis” (bijengif).

Een ander voorbeeld. Wat gebeurt er als je koffie drinkt? Veel mensen hebben ‘s morgens behoefte aan een stevige kop koffie om “wakker” te worden, om fris en aktief van geest te zijn dus. Sommigen reageren echter ook op een minder prettige manier op koffie: ze krijgen er hartkloppingen van, worden hypernerveus, of kunnen de slaap niet vatten na een avondlijke kop van het geurende vocht. U raadt het al: het homeopatische middel “coffea” zal zijn diensten bewijzen bij ziektetoestanden die gepaard gaan met hyperaktiviteit van de geest, gepaard met slapeloosheid, hartkloppingen, ...

Dit maakt duidelijk dat een homeopatisch middel nooit gegeven wordt op basis van een diagnose, maar wel op basis van de kenmerkende symptomen die door een ziektetoestand teweeg gebracht worden. Welke de ziekte ook is, als de eigenschappen ervan kloppen met de kenmerken van het homeopatisch middel, dan zal dit middel tot genezing leiden.

Het homeopatisch beeld: de provings

Om te achterhalen welk symptomenbeeld een bepaald product veroorzaakt moet men een “proving” doen. Gezonde personen nemen daartoe een niet-giftige hoeveelheid van het product in een lage verdunning in, en noteren gedurende langere tijd zorgvuldig alle veranderingen die ze bij zichzelf merken op lichamelijk, emotioneel of psychisch vlak. Al die notities worden vergeleken en de de symptomen die bij de meeste provers terugkomen worden beschouwd als de symptomen eigen aan het middel.

De verdunningen

In wezen is de basis van elk homeopatisch middel dus giftig, toxisch. Dat kan niet anders, want een homeopatisch middel wordt nu eenmaal gekozen op basis van de vergiftigingssymptomen die het oorspronkelijk product bij een gezonde persoon uitlokt. Zuivere zwavel kan je beter niet innemen; slangengif of vingerhoedskruid evenmin. Essentieel om deze producten onder therapeutische vorm te kunnen toepassen is dus dat ze afgezwakt worden tot op een niveau waarbij hun giftige eigenschappen verdwenen zijn.

Dit gebeurt door een proces waarbij het oorspronkelijk product, wat we de “moedertinctuur” noemen, naargelang zijn chemische eigenschappen opgelost wordt in alcohol, of in water, of verwreven met melksuiker.

Zonder hier in detail op in te gaan wil ik vermelden dat er verschillende methodes betaan om te verdunnen. Elk van deze methodes wordt aangeduid met een bepaalde letter die het soort verdunning weergeeft.

De Hahnemannse methode verdunt één deel van het product met 99 delen van het oplosmiddel, en wordt weergegeven met CH. Een verdunning van 1 op 100 wordt ook “centesimaal” genoemd.

De verdunning van één deel product met 9 delen oplosproduct heet “decimale verdunning”, en wordt met met de letter D weergegeven.

Bij LM potenties wordt een eenheid vermengd met liefst 50 000 eenheden oplosmiddel !

De Korsakoviaanse methode is nog spectaculairder: in een flesje wordt één druppel van de moedertinctuur vermengd met 100 druppels van de oplosvloeistof; vervolgens wordt het geheel vakkundig geschud, en tenslotte wordt het flesje... leeggegoten. Enkel de dunne film die nog aan de wand van het recipient kleeft komt in contact met de volgende hoeveelheid oplosmiddel. Het flesje wordt opnieuw geschud en leeggegoten, enz.

Deze verdunningen herhalen zich even vaak als de verdunningsgraad van het product weergeeft. 10 maal opnieuw voor een D10, 10CH, 10LM of K10 verdunning, 200 maal voor een D200, 200CH of K200 verdunning, enz.

Klassiek gebruikte verdunningen zijn 3, 4, 5, 6, 12, 30, 200, 1000, 10 000, 50 000...

Vanaf een verdunning van 6CH wordt het getal van Avogadro bereikt, of 10-12. Dit wil concreet zeggen dat GEEN ENKELE molecule van de oorspronkelijke stof zich nog in de verdunning bevindt. Dit is de reden waarom critici van de homeopathie beweren dat zich in een homeopatisch geneesmiddel “helemaal niks” zit. Vanuit chemisch oogpunt hebben zij dus overschot van gelijk. Helaas voor hen werkt homeopathie niet op chemische, maar op energetische basis. En dat heeft dan alles te maken met een ander aspect van homeopathie, namelijk het potentiëren van de geneesmiddelen.

Het potentiëren van geneesmiddelen

Met het verdunnen van de homeopatische geneesmiddelen verminderde helaas ook hun therapeutische werkzaamheid. Het was een zonder meer geniale inval van Hahnemann om iedere oplossing in het verdunningsproces systematisch te gaan “potentiëren”, dus krachtiger te maken, door de oplossing een welbepaald aantal keren krachtig te schudden of met het flesje op een oppervlakte te slaan. Het merkwaardig resultaat was dat bij elke volgende verdunning + potentiëring er weliswaar minder (tot geen) chemische substantie aanwezig was, terwijl het product steeds sterker ging werken, ook voorbij het getal van Avogadro. De werkzaamheid van een homeopatisch middel blijkt dus ook zonder de aanwezigheid van de geringste molecule van de oorspronkelijke stof, en kan dus in geen geval op chemische basis verklaard worden.

Chemie of dynamis?

Als homeopathische geneesmiddelen geen chemische werkzaamheid vertonen, hoe werken ze dan wel? En werken ze überhaupt, of berust ieder resultaat van een homeopatische behandeling enkel op inbeelding?

Homeopatische middelen werken inderdaad. Het “placebo-effect”, waaraan door tegenstanders van homeopathie de effecten toe te schrijven zijn, houdt geen stand wanneer we duidelijke resultaten zien bij baby’s of bij dieren !!!

Hahnemann zelf geeft een verklaring voor de invloed van homeopathische middelen. Ze grijpen in op de “dynamis” of op de fundamentele levensenergie van ieder levend wezen. Bij mens en dier kan men deze “levenskracht” het best vertalen als een effect op het immuunsysteem. Dit systeem regelt alle fundamentele levensprocessen. Niet alleen de verdediging tegen infecties, zoals het in de klassieke geneeskunde meestal gezien wordt, maar een veel compexer geheel van evenwichten, dat ook wel eens de “homeostase” genoemd wordt. Deze homeostase houdt naast de verdediging tegen infecties ook talloze processen in die ons evenwicht garanderen op gebied van temperatuur, waterhuishouding, electroliethuishouding, hormonale processen, groei, herstelmechanismen allerhande, enz. Zelfs psychische processen, zingevingsvragen (bij depressies bvb.), en spirituele evoluties vallen binnen dit spectrum.

De wetten van Hering

Lang na Hahnemann formuleerde Hering enkele wetmatigheden die van het allergrootste belang zijn voor een goed begrip van genezing en ziekte. Hehring stelde dat elke daadwerkelijke genezing verloopt volgens volgende krachtlijnen:

1° van binnen naar buiten;

2° van boven naar onder;

3° van vitale naar minder belangrijke organen en systemen.

Deze wetmatigheden zijn van ontzaglijk belang bij de beoordeling van de resultaten van elk ingrijpen op de gezondheid van een levend wezen.

Suppressie

Elke reactie die verloopt volgens de wetten van Hering wijst op een genezend effect; elke reactie die omgekeerd hieraan verloopt wijst op een onderdukkend effect, wat we suppressie noemen.

Suppressie (onderdrukking) heeft altijd een nefaste invloed op onze gezondheid.

Opnieuw enkele voorbeelden om dit duidelijk te maken.

Vroeger werd al gewezen op het effect van cortisone op eczeem. Enkele keren cortisone smeren, en het eczeem verdwijnt als sneeuw voor de zon. Helaas, in veel gevallen wordt dit gevolgd door het optreden van astma of andere ademhalingsproblemen. De ziekte is verschoven van buiten (huid) naar binnen (longen), van een minder belangrijk naar een levensbelangrijk orgaan. Cortisone werkt dus onderdrukkend. Het bedreigt onze gezondheid, ook al doet het hoogst onaangename symptomen (jeuk,...) verdwijnen.

Bij het voorbeeld van eczeem en cortisone beperkt de verschuiving zich binnen het lichamelijk niveau. Er zijn echter ook verschuivingen mogelijk tussen verschillende niveau’s.

De verschillende niveau’s van functioneren

Een belangrijke pionier van de homeopathie, de Griek George Vithoulkas, gaf op grote schaal inzicht in de verschillende niveau’s van het menselijk functioneren.

Volgens Vithoulkas zijn er drie belangrijke niveau’s: het lichamelijke, het emotionele, en het mentale niveau. Ziekte kan zich op elk van deze niveau’s manifesteren.

Het lichamelijke niveau spreekt voor zich. Dit is het terrein bij uitstek waarop de westerse geneeskunde zich beweegt. Ook binnen dit niveau zijn verschillende gradaties, ook weer bepaald door de wetten van Hering. In stijgende lijn, van oppervlakking naar centraal, van bijkomstig naar vitaal. De nieren staan bijvoorbeeld hoger in rangorde dan de huid, de hersenen hoger dan de nieren.

Het emotionele niveau staat boven het lichamelijke. Zo kan het onderdrukken van een lichamelijk probleem aanleiding geven tot symptomen op emotioneel vlak. Ook binnen dit niveau zijn er gradaties. Onderaan bevinden zich stemmingsstoornissen als prikkelbaarheid en verdrietigheid. Een depressie zit weeral een flinke stap hoger. En een regelrechte vernietigingsdrang of zelfmoordneiging spant op dit niveau de kroon.

Mentale stoornissen tenslotte kennen we als geheugenproblemen, concentratieproblemen, ADHD, en zelfs persoonlijkheidsproblemen als borderline, schizofrenie of autisme.

Wellicht moeten we aan het schema van Vithoulkas een vierde dimensie toevoegen, namelijk de spirituele. De mens die zichzelf al dan niet ervaart als zinvol wezen, al dan niet als deel uitmakend van een adembenemend kosmisch gebeuren. Hier zitten we volop in de filosofische en metafysische dimensie van ons bestaan.